Versie: 3 november 2011
pedagogisch werker Kinderopvang
In de Wet Kinderopvang staan de volgende 4 opvoedingsdoelen:
  • Het kind voelt zich emotioneel veilig;
  • Het kind ontwikkelt persoonlijke competentie;
  • Het kind ontwikkelt sociale competentie;
  • Het kind maakt zich normen en waarden eigen.
Als Pedagogisch Werker moet je er allereerst voor zorgen dat het kind zich veilig voelt in zijn omgeving. Alleen dan kan het kind zich als persoon ontwikkelen en kan het  leren om goed om te gaan met anderen. Je draagt de normen en waarden van de samenleving waarvan jullie beiden deel uitmaken over aan het kind.
Wat betekent dit nu allemaal voor jou als Pedagogisch Werker?
 
emotionele veiligheid
Tim, Jona en Lennart racen buiten op de fietsjes. Ze gaan helemaal op in hun spel. Maar af en toe stoppen ze en kijken ze in het rond. Waar zijn Kim of Adrie, hun pedagogisch werkers? Even kort oogcontact. Soms roepen ze wat. Dan voelen ze zich weer veilig en kunnen ze opnieuw opgaan in hun spel. (bron:Pedagogisch Kader)
Je zorgt er dus voor dat het kind zich opgemerkt weet. Je geeft het kind individuele aandacht en je straalt warmte en genegenheid uit. Het kind moet van jou op aan kunnen! Daarom ben je voorspelbaar in je gedrag; zo bied je het kind houvast. Ook herken je de signalen die het kind uitzendt en je reageert daar op een goede manier op.
 
persoonlijke competentie
Liane, 2 jaar, is nieuw in de peutergroep. Met grote ogen staat ze stil bij de zandbak te kijken naar de andere kinderen. Sam, haar vaste pedagogisch werker, knielt bij haar en begint rustig met haar te praten.’Kijk, ze zijn aan het scheppen, zie je dat?’ En na een tijdje: ‘zullen wij ook scheppen?’ Sam geeft Liane een schepje en pakt er zelf ook een. Om beurten scheppen ze wat zand. Al snel komen er een paar andere kinderen bij. Als Sam weggaat, blijft Liane nog een poosje mee scheppen. Sam lacht naar haar collega en zegt: ‘meedoen en uitnodigen tot imiteren zijn toch wondermiddelen bij die kleintjes.’ (bron: Pedagogisch Kader)
Als Pedagogisch Werker  geef je het kind de gelegenheid om zich als persoon te ontwikkelen. Je stimuleert en daagt uit. Je geeft het kind de ruimte om dingen te ontdekken. Uiteraard ben je geduldig en observeer je hoe het kind zich gedraagt en reageert.
 
sociale competentie
Baran speelt buiten met een bal. Hij laat hem stuiteren en vangt hem op. Eerst op de tegels, maar dan komt de bal in het gras terecht. Hé op het gras komt ie veel minder omhoog. Baran gaat weer naar de tegels, ja hier komt ie hoger! ‘Mia, Mia’, roept hij naar de Pedagogisch Werker. ‘Kijk!’ Stralend toont hij zijn ontdekking. Even later staat er een aantal kinderen om hem heen. Mia gaat extra ballen halen en samen gaan ze onderzoeken waar de bal hoog opspringt en waar niet. (bron: Pedagogisch Kader)
 
Het is belangrijk dat je als Pedagogisch Werker de interactie tussen kinderen stimuleert en begeleidt. Zo leer je het kind om zich te ontwikkelen in de groep. Samen plezier maken staat daarbij voorop! Door het kind te leren zijn eigen emoties en behoeften naar anderen te communiceren, maak je het bewust van de wereld rondom zich .
 
normen en waarden
Sanne en Yoeri, beiden 4, spelen samen op een klimtoestel. Sanne verliest haar evenwicht en valt. Gelukkig liggen er rubber tegels onder het klimtoestel zodat zij zich niet erg bezeert. Wel schrikt ze erg en ze begint te huilen. Yoeri weet nog van de keer dat hij zelf was gevallen, dat hij het fijn vond dat Marieke, zijn Pedagogisch Werker, gelijk naar hem toekwam om hem te troosten .Hij klimt van het toestel en gaat naar Sanne toe.
Als Pedagogisch Werker heb je een voorbeeldfunctie. Je bespreekt  de afspraken over gedrag en omgangsvormen met het kind. Je geeft uitleg over de wereld die het kind ontdekt en je geeft antwoord op vragen. Je maakt op een positieve manier duidelijk wat wel en wat niet mag. Daarbij toon je altijd respect en waardering voor het kind.
 
contacten met ouders
Een ouder aan het woord: ‘Bij het halen probeer ik altijd even met de leidsters te praten, of het goed is gegaan. Ik let dan op of ze iets bijzonders vertellen, bijvoorbeeld dat hij papier heeft geknipt. Eerst kon hij dat niet en nu heeft hij dat wel goed gedaan; zulke dingen. Dan weet ik dat ze echt aandacht voor hem hebben gehad. Wat ik moeilijk vind in het contact? Als ik te laat ben, dan zit ik te stressen. En als dan die leidsters je zo aankijken……….’. (bron: Pedagogisch Kader)
Naast het werken met kinderen van 0 tot 12 jaar, werk je als Pedagogisch Werker natuurlijk ook samen met de ouders. Zij willen immers graag op de hoogte blijven van de ontwikkeling van hun kind. Je bent je er dan ook goed van bewust dat je tijdelijk een deel van de opvoeding van de ouders overneemt.